Lager onderwijs

De lagere school

Het kind tussen 6 en 12 jaar ervaart dat de wereld goed en mooi is. De klasleerkracht vertegenwoordigt de wereld en brengt die naar de kinderen toe, via verhalen en activiteiten waarmee de leerlingen zich op drie gebieden kunnen ontwikkelen: het denken, het voelen en het willen.

Evenwichtige ontwikkeling

In de lagere school werken we via de handen, het hart en het hoofd. We proberen het kind op deze wijze in zijn geheel aan te spreken, zodat het zich harmonieus ontwikkelt. Dit doen we door niet enkel de nadruk te leggen op cognitieve vaardigheden, zoals leren rekenen, lezen en schrijven, maar vooral door de kinderen veel te laten ervaren en doen. We leren de kinderen rekenen door ritmisch te bewegen. Lezen leren ze door te tekenen, reciteren en te schrijven. Door fijn motorische vaardigheden te oefenen ontwikkelen de kinderen het schrijven.

Periode-onderwijs

Kenmerkend in onze manier van les geven is dat we werken volgens periodes van 3 tot 4 weken. Gedurende deze weken zijn we bezig met taal, rekenen of heemkunde in de lagere klassen (klas 1 t/m 3). In de hogere klassen (klas 4 t/m 6) wordt heemkunde uitgesplitst naar: geschiedenis en aardrijkskunde, dierkunde, plantkunde, mineralogie en fysica. Deze hoofdvakken worden dagelijks in de voormiddag gegeven. In de namiddag zijn er vaklessen en oefenuren. De oefenuren dienen om de leerstof, die geleerd is tijdens de periodes rekenen en taal verder in te oefenen.

Jaarthema’s

Ieder leerjaar heeft een eigen thema. De kinderen horen verhalen uit verschillende culturen. Hieronder een overzicht daarvan:

klas 1: sprookjes

klas 2: fabels en heiligenlegenden

klas 3: het Oude Testament

klas 4: de Noordse mythologie

klas 5: de Indiërs, Perzen, Babyloniërs, Egyptenaren en de Grieken

klas 6: Romeinen en de Middeleeuwen

Door zo goed mogelijk beeldend te vertellen spreken we de kinderen aan in het gevoelsleven (het hart). Deze verhalen worden voornamelijk in de voormiddag aan de kinderen verteld, tijdens het periode-onderwijs. In de andere weekvakken worden de thema’s uit de verhalen verder verwerkt, bijvoorbeeld in de schilder- en tekenlessen. Ook wordt een verhaal vaak als toneelstuk verwerkt en opgevoerd voor de rest van de school en de ouders.

Kunstzinnig werk

In de lagere school proberen we zoveel mogelijk kunstzinnig te werken. Muziek, toneel, tekenen, schilderen en boetseren met klei of bijenwas zijn werkvormen die dienen om de leerstof te verwerken. In ons lessenrooster zijn deze vakken opgenomen zoals: muziek en koorzang, euritmie, vormtekenen, schilderen, handwerken (breien, haken, borduren), boetseren en houtbewerking.

Vreemde talen

De leerlingen maken vanaf klas 1 kennis met de Franse en Engelse taal. Dit gebeurt tijdens 1 lesuur in de week op speelse wijze, met liedjes, versjes en toneeltjes. Vanaf de vierde klas neemt het aantal lesuren Frans toe. De anderstalige kinderen worden extra ondersteund in het Nederlands door extra NT2 lessen.

Een voorbeeld lessenrooster:

 

Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

8u35 – 9u00

Weekopening

AVI-lezen

opmaat

AVI-lezen

opmaat

9u00 – 9u25

Periode

9u25 – 9u50

9u50 – 10u15

10u15 – 10u40

           

10u55 – 11u20

FRANS / NT2 differentiatie

Muziek

Muziek

Muziek

Muziek

11u20 – 11u45

OEFENUUR (REKENEN)

Engels

FRANS / NT2 differentiatie

OEFENUUR (TAAL)

11u45 – 12u10

CB

12u10 – 12u35

Lunch

      

 Lunch

13u15 – 13u30

Speeltijd

Speeltijd

13u30– 14u00

Lichamelijke opvoeding

FRANS (samen)

Vormtekenen

Plastische opvoeding

14u00 – 14u25

14u25 – 14u50

Schilderen

Handwerken/ Houtbewerking

Plastische opvoeding

14u50 – 15u15

CB: Cultuurbeschouwing

Materialen

Wij kiezen ervoor om zoveel mogelijk te werken met natuurlijke materialen in onze klassen. De leerlingen brengen geen schrijf- of tekengerief mee van thuis. Wij voorzien ieder kind van bijenwaskrijtjes, duurzame kleurpotloden en een goede vulpen. Ook krijgen zij de mogelijkheid om te spelen op een duurzame pentatonische fluit en blokfluit.

In onze klassen wordt bij voorkeur gewerkt met houten materialen. Verder wordt aan de leerlingen gevraagd om zo weinig mogelijk milieubelastende zaken mee te brengen in het lunchpakket. De boterhammen in een brooddoos en dranken in een herbruikbare fles.

Rapport en getuigschrift

De leerlingen krijgen drie keer per jaar een rapport, waarin wordt samengevat wat de leerlingen hebben gezien als lesstof en welke resultaten zijn behaald. Deze gegevens worden door de klasleerkracht verzameld op basis van observaties, gemaakte (huis-)taken en periodetoetsen.

Aan het einde van ieder schooljaar krijgen de leerlingen een zogenaamd getuigschrift mee. Dat is een kunstzinnig werk, een gedicht en tekening speciaal door de leerkracht voor de leerling gemaakt. De ouders krijgen een uitgebreide beschrijving van hun kind, waarin dieper wordt ingegaan over hoe de leerling zich heeft ontwikkeld gedurende het schooljaar. Dit biedt veel meer informatie dan een rapport met puntenlijsten en gaat in op de drie gebieden waarop wij met de kinderen werken: denken, voelen en willen.

Exra zorg en samenwerking met het CLB

Na het kerstrapport en het paasrapport vinden individuele gesprekken plaats met de ouders over de leervorderingen van hun kind.

Wanneer er meer zorg nodig is voor een leerling, kunnen ouders altijd een gesprek aanvragen met de klasleerkracht of zorgcoördinator. Bij dit gesprek kan een individueel zorgplan worden opgesteld voor een leerling. Binnen de school werken we met remedial teachers en een kunstzinnig therapeute.

Wij werken samen met het CLB Pieter Breughel.

^Top

Er zijn nog geen berichten geplaatst.


klasnieuws2