Lager onderwijs

De lagere school

Het kind tussen 6 en 12 jaar ervaart dat de wereld goed en mooi is. De klasleerkracht vertegenwoordigt de wereld en brengt die naar de kinderen toe, via verhalen en activiteiten waarmee de leerlingen zich op drie gebieden kunnen ontwikkelen: het denken, het voelen en het willen.

Kunstzinnig werken neemt een zeer grote plaats in in het curriculum. Muziek, toneel, tekenen, schilderen en boetseren met klei of bijenwas zijn werkvormen die dienen om de leerstof te verwerken. In ons lessenrooster zijn deze vakken opgenomen zoals: muziek en koorzang, euritmie, vormtekenen, schilderen, handwerken (breien, haken, borduren), boetseren en houtbewerking.

Ook vreemde talenonderwijs zien wij als een belangrijk element in de ontwikkeling van de leerlingen. De leerlingen maken vanaf klas 1 kennis met de Franse en Engelse taal. Dit gebeurt tijdens 1 lesuur in de week op speelse wijze, met liedjes, versjes en toneeltjes. Vanaf de vierde klas neemt het aantal lesuren Frans toe. De anderstalige kinderen worden extra ondersteund in het Nederlands door extra NT2 lessen.

Hier vindt u een voorbeeld van een lesrooster.

Wij kiezen ervoor om zoveel mogelijk te werken met natuurlijke materialen in onze klassen. De leerlingen brengen geen schrijf- of tekengerief mee van thuis. Wij voorzien ieder kind van bijenwaskrijtjes, duurzame kleurpotloden en een goede vulpen. Ook krijgen zij de mogelijkheid om te spelen op een duurzame pentatonische fluit en blokfluit.

In onze klassen wordt bij voorkeur gewerkt met houten materialen. Verder wordt aan de leerlingen gevraagd om zo weinig mogelijk milieubelastende zaken mee te brengen in het lunchpakket. De boterhammen in een brooddoos en dranken in een herbruikbare fles.

Lees hier verder hoe in de basisschool wordt gewerkt.

 

 

 

 

^Top