DE BOVENBOUW: klas 9 tot 12

(tweede en derde graad middelbaar, ASO)

De wereld is waar!

Met de achtste klas is een levensfase afgesloten. Het kinderlijk-natuurlijk verbonden zijn met de wereld is voorbij. Nu pas wordt een denkend begrijpen écht mogelijk en kan er gewerkt worden aan de opbouw van een zelfstandig oordeel. Het meest nadrukkelijk gebeurt dat in het periode-onderwijs.

Periode-onderwijs

Net als in de lagere school worden in de middelbare school de algemene vakken samengebundeld in periodes. Eénzelfde vak wordt gedurende drie weken elke ochtend twee volle uren onderwezen. Daardoor worden de aandacht en het denkvermogen geconcentreerd en kunnen verbanden worden gezien. Geleid door officieel erkende leerplannen, geeft de leraar zélf inhoud aan de lessen, steeds in interactie met de leerlingen. Van handboeken is daarom nauwelijks sprake. Door telkens af te sluiten met een toets of werkstuk worden stresserende examenweken vermeden.

De vakleraren

Vanaf de negende klas is er niet langer de vertrouwde klassenleraar, die alles lijkt te weten. Die maakt nu plaats voor een groep vakleraren. De vakleraar ontleent zijn autoriteit slechts aan zijn vakmanschap. Door wat hij kan en weet over zijn vak en door wie hij is als mens, wordt hij door de leerlingen gezien als een mogelijke leidsman of -vrouw. In de derde graad kiest de leerling daarom ook uit die groep leraren een mentor, die nu als een ‘coach’ adviseert bij het zelfstandig opnemen van de studie- en ontwikkelingsweg.

Hoofd, hart en handen

In de bovenbouw wordt gericht gewerkt aan het leren denken en het opbouwen van een zelfstandig oordeel. Het kennen van de juiste feiten is maar een deel daarvan. Het aantonen van samenhangen weegt minstens even zwaar, of het nu gaat om wiskunde of literatuur, geschiedenis of fysica. Het kunstzinnig en praktisch werken krijgt nog altijd veel aandacht. Leerlingen boetseren, slaan koper, spelen toneel, kappen in steen, doen aan schrijnwerkerij en boekbinden. Zo leren ze om niet alleen met het hoofd te denken. Het onderwijs in de bovenbouw is ook sterker op de buitenwereld gericht. De school opent haar deuren naar de samenleving, onder meer door zorgvuldig gekozen stages buiten de school.

Afronding in meesterschap

Gedurende heel de middelbare schooltijd heeft de leerling gaandeweg meesterschap verworven in afgebakende delen van de lesstof. In het laatste schooljaar wordt daarop teruggeblikt maar wordt ook vooruitgekeken naar de toekomst. Kennis moet tenslotte vooral nieuwsgierig maken. De synthese van dit alles wordt nu nagestreefd in een eindwerk, waarin de leerling geheel zelfstandig en op hoogstpersoonlijke wijze een thema uitdiept. Een thema dat bij hem of haar past, variërend van technologie, sociale kwesties, muziek tot wetenschap, kunst of politiek.

^Top