Aanbevolen literatuur van Rudolf Steiner
De opstanding van de geest - De rozenkruisers – Pasen als mysteriegebeuren
De kerstconferentie van 1923 vormt een nieuw begin voor de geestontwikkeling van de mensheid. Rudolf Steiner vernieuwt – op vraag van de arts Ita Wegman – de mysteriën en geeft een meditatieve spreuk, de Grondsteenspreuk. Die spreuk is een samenvatting van de hele antroposofie: het nieuwe mensbeeld.
In de eerste voordrachtenreeks schetst Steiner hoe de mysteriescholen, zoals de rozenkruisers, te werk gaan in de middeleeuwen en in onze moderne tijd.
In de tweede voordrachtenreeks beschrijft hij de samenhang van ons paasfeest met de heidense mysteriecultus en de betekenis van dood en opstanding van de geest.
In het nawoord gaat Rob Otte in op de nieuwe mysterieschool, op de vraag ‘Wie ben ik eigenlijk?’ en De Grondsteenspreuk.
… Mensen stonden voor een soort altaar en zeiden: we willen ons nu verantwoordelijk voelen niet alleen voor onszelf of onze gemeenschap of ons volk of de mensheid van onze tijd; we willen ons verantwoordelijk voelen voor alle mensen die ooit op aarde hebben geleefd. We willen ons als lid van de hele mensheid voelen.
Bij de oude rozenkruiserfiguren kreeg je te horen: ‘Als je je echt verdiept, dan kun je door deze figuren – als door een venster – in de geestelijke wereld naar binnen kijken.’
Zoals we … konden zeggen: antroposofie is een kerstbelevenis, zo is antroposofie zelf in haar gehele werkzaamheid een paasbelevenis, een opstandingsbelevenis, verbonden met de grafbelevenis.
Rudolf Steiner