Kleuterklassen

Een kind tussen 4 en 6 jaar ervaart dat de wereld goed is en zal deze wereld, waar hij of zij vol overgave in leeft, via het spelen, het handelen leren kennen. De kleuterklas is voor de kinderen een huiselijke, warme plek waar ze zich geborgen en veilig voelen en zich helemaal kunnen ontplooien.

Kleuters zitten 2 à 3 jaar in dezelfde klas met hun vertrouwde juf. Fantasie komt sterk aan bod, het sociale en motorische wordt geoefend, er is al langere aandacht mogelijk voor kringmomenten, verhalen en activiteiten. De oudste kinderen krijgen extra uitdagingen voor hun ontwikkeling.
Of de overgang naar de 1ste klas kan worden gemaakt, wordt bekeken door het schoolrijpheidsonderzoek. (zie verder)

 

Ritme

 

Herhaling

De seizoenspelen, liedjes, vingerversjes, bakersprookjes en de eenvoudige sprookjes van Grimm, worden vaak herhaald. Zo kunnen de kinderen er zich helemaal mee verbinden. Er is ook de herhaling van gewoonten en consequente afspraken.

 

Nabootsing

Twee woorden zijn in de kleutertijd heel belangrijk en hier wordt dan ook in de klassen mee gewerkt: nabootsing en voorbeeld.

Wat er in zijn omgeving voorvalt, bootst het kind na en door de activiteit van het nabootsen, wordt het kind gevormd. Nabootsen is anders dan na-apen. Bij na- apen gaat het over blindelings iets overnemen, bij nabootsen is het een verinnerlijkte actie.

Alles wat het kind leert, leert het door nabootsing. Zonder een voorbeeld om hem heen kan het kind zich niet ontwikkelen als mens. Alles wordt nagebootst, niet alleen de uiterlijke dingen, maar vooral ook de innerlijke beleving die de volwassene heeft in de nabijheid van een kind; de moraliteit. Wanneer we dit weten, wordt de manier van ‘zijn’ heel belangrijk. Het legt een grote verantwoordelijkheid bij de opvoeder.

Men mag zich hier wel bewust van zijn, maar het moet niet de manier van doen beïnvloeden. Juist de natuurlijke reactie op dingen in de omgeving maakt dat ook een kind een natuurlijke manier van doen gaat ontwikkelen. Dat wat echt is, dat wat klopt, dat wat waar is. En dit op alle mogelijke manieren: de gebaren, de spraak, de stoffen die betast en gegeten of gedronken worden.

Ook taal wordt opgenomen en nagebootst. Er leeft een rijkdom aan woorden het hele jaar door.

Het is bekend, dat een uitgebreide woordenschat helpt om fijne structuren in de hersenen te ontwikkelen, die later tot grotere denkmogelijkheden aanleiding zijn.

Schoolrijpheid

We bekijken hier of de vaardigheden aanwezig zijn om het leerproces in de 1ste klas aan te kunnen. Het gaat om een onderzoek binnen een groter geheel van waarnemingen en evoluties die men ziet bij het kind. Men kijkt naar de sociale en emotionele ontwikkeling van het kind samen met de leerrijpheid en motorische vaardigheden.

Verschillende mensen dragen hun waarnemingen bij: de kleuterjuf/meester, de zorgcoördinator en remedial teacher. Er vindt ook met deze mensen en met de ouders overleg plaats.

^Top